
Zeg bakkertje, zeg bakkertje
wat doe je met dat meel
Ik bak er grote broden van
En koekjes, o zó veel.
Zeg bakkertje
bron: Eigen-
G
A7
D
C
D
bron: Eigenwijs blz 163
F,Bes
Gm, C
C7,Dm
F
De bakker
Elke morgen opgelet
springt de bakker uit zijn bed.
Hij pakt meel uit grote zakken
Hij moet honderd broden bakken
Honderd broden, bruin en wit.
Krentenbrood waar spijs in zit.
Elke morgen keer op keer
Is de bakker in de weer.
Taarten maken, koekjes bakken
Hij verkoopt vaak volle zakken
Maar soms eet hij wat een mop
Zelf de meeste dingen op
